
5.1 Strategie-update | Wendbaar en koersvast
Interview met Marleen de Rond-Schouten, managing director Agro & Strategy en Chris Hollebek, Chief Commercial Officer
“Daar mag je me voor wakker maken: genoeg aardappelen op onze fabrieken van goede kwaliteit,” zegt Marleen die eindverantwoordelijk is voor de grondstofaanvoer richting de fabriek. Waar Marleen verantwoordelijk is voor de grondstofaanvoer, is Chris dat voor de verkoop. Chris: “We zijn de afgelopen jaren echt veranderd van een productgedreven naar een marktgedreven organisatie. De behoefte van de klant staat nu centraal in alles wat we doen. Bij elke ontwikkeling stellen we onszelf de vraag: welk probleem lossen we op voor de klant? En waarom is de aardappel daarvoor de beste oplossing?”
Verstevigen van de basis
Een marktgerichte strategie vraagt om een betrouwbare basis van grondstoffen. Chris benadrukt het belang van een stabiele basis: “Zonder grondstoffen heb je niets te verkopen.” Marleen vult aan: “In teeltjaar 2024 hebben we voldoende grondstoffen van goede kwaliteit kunnen verwerken. Richting komend jaar zien we de aanvoer verder groeien, met name in Duitsland. Terwijl andere gewassen zoals granen, suikerbieten en zelfs fritesaardappelen sterk in prijs kunnen schommelen, blijft Avebe een betrouwbare en stabiele partner in het bouwplan.”
Samen naar meer waarde
Zowel de aanvoer als de afzet zijn afgelopen boekjaar verstevigd. Innovatie is ondergebracht bij commerce. Dat heeft geleid tot multifunctionele market-business teams, waarin sales en innovatie samenwerken, vertelt Chris.“We maken de beweging van grondstofproducent naar waardepartner voor de klant. We starten nu bij de klantvraag en vanuit die marktinzichten bouwen we verder met wetenschap en technologie.”
Daar mag je me voor wakker maken: genoeg aardappelen op onze fabrieken van goede kwaliteit

Nieuwe horizon
“Er is nog steeds ruimte voor radicaal nieuwe ideeën, maar belangrijk is dat de meeste innovatieve activiteiten aantoonbaar waarde toevoegen voor de klant of de markt,” aldus Chris. Hij legt uit dat er drie innovatiesnelheden bestaan binnen Avebe: radicaal, incrementeel en express. Zo ontwikkelde Avebe de afgelopen tijd succesvol gemodificeerde zetmelen, cementvrije tegellijm en plantaardige alternatieven voor gelatine in vegan drop. “In grote volume markten onderscheiden we ons met kwaliteit, betrouwbaarheid en leverzekerheid. In specialistische markten bieden we klanten juist technische ondersteuning en maatwerk,” vertelt Chris. “Zo zijn onze innovaties niet alleen vernieuwend, maar ook relevant en toepasbaar in de praktijk.”
Sterk voor boerenleden
Avebe is een betrouwbare partij voor klanten, maar ook voor boerenleden. Marleen benadrukt dat telers kunnen rekenen op een stabiele prijs waarin ieder jaar een solide stap naar boven wordt gemaakt. Marleen: “Boeren profiteren van een snelle uitbetaling, goed georganiseerde verlading en transport en krijgen Averis-pootgoed tegen een gereduceerd tarief. Bovendien krijgen Avebe-telers als eerste de mogelijkheid om de nieuwste rassen van Averis in te zetten op hun bedrijf. Averis werkt continu aan het verbeteren van resistenties tegen (grondgebonden) ziekten, het verbeteren van opbrengst én bewaarbaarheid. Ook mogen onze telers rekenen op ondersteuning vanuit de Agro-buitendienst en de Agro-studiegroepen. Tot slot geven de resultaten van de proef- en demovelden praktische informatie over de nieuwste rassen en de teelt van zetmeelaardappelen. Avebe is niet alleen betrokken, maar ook een stabiele kracht in een voortdurend veranderend speelveld."
Betrouwbare waardepartner
“Om door te groeien als betrouwbare waardepartner is het essentieel dat de fabrieken betrouwbaar zijn en constant draaien met producten van goede kwaliteit. Zo is in Ter Apelkanaal geïnvesteerd in een zoutlastenreductie-project. In Gasselternijveen draaien nieuwe decanters en in Foxhol is door cross-functionele samenwerking een productielijn aangepast. In het KPW-gebied in Duitsland zijn elektrische installaties vervangen en is een zachtwatersysteem geïnstalleerd. Toegevoegde waarde creëren kan alleen als het fabriekspark op orde is rondom: (voedsel)veiligheid, grondstoffen en operations,” aldus Chris.
Drie ontwikkelsnelheden om in te spelen op behoeften van markt en klanten:
1. Radicaal: van de grond af opnieuw. Dit zijn langdurige trajecten.
2. Incrementeel: stap voor stap verbeteren: leren en aanpassen.
3. Express: testen en leren op kleine schaal. Daarna uitrollen.
5.2 Minder CO₂ en elektra, plus waterbesparing van 87 miljoen liter
Interview met Thomas Koetje, Process Development engineer, en Johan Schonewille, Projectmanager
“Zulke grote besparingsgetallen spreken inderdaad tot de verbeelding,” beaamt Thomas als hij en Johan vertellen over de installatie van vijf nieuwe vruchtwaterdecanters. Beide heren zijn niet alleen tevreden met het resultaat, ook de weg er naartoe mag er wezen. “Onze hele productielocatie in Gasselternijveen leunt op deze eerste processtap. Staat die stil, dan staat alles stil,” zegt Thomas. Johan vult hem aan: “In een samenwerking met engineering, productie én de leverancier is het gelukt om de productie gewoon te laten doorlopen.”
De nieuwe decanters hebben een spectaculaire besparing opgeleverd

Vervangingsinvestering
De vijf decanters zijn industriële centrifuges die de vaste aardappeldelen scheiden van het vloeibare vruchtwater. Johan: “Tijdens een proefperiode van één jaar hebben we eerst met één nieuwe decanter gedraaid. Knelpunten uit deze proefperiode zijn vervolgens opgelost. Denk bijvoorbeeld aan drukschommelingen of instabiel draaien.” Johan voegt daar expliciet aan toe: “Pas toen die ene decanter goed draaide, zijn ook de overige vier geïnstalleerd.” Thomas vult hem aan: “Die aanpak heeft heel goed gewerkt. Deze manier van werken wordt de nieuwe norm. Bij de projecten waar het kan, gaan we het zo doen. Eerst testen en doorvoeren op één plek, daarna doorvoeren in het geheel.”
Besparingen op CO₂, elektra en water
De nieuwe decanters hebben een spectaculaire besparing opgeleverd, vertelt Johan: “De droge stof is verhoogd van ongeveer 40 procent naar 46 procent.” Meer droge stof wil zeggen dat het vruchtwater beter gescheiden wordt van vaste delen, zetmeel en vezels, leggen de heren uit. “Er blijven nu zelfs zo weinig vaste vezeldeeltjes achter in het vruchtwater dat alle centrizeven zijn uitgezet,” zegt Thomas. Dit bespaart energie, maar dat is niet het enige. De decanters hebben ook minder verdunningswater nodig.
Per campagne 87 miljoen liter water minder nodig
Alles bij elkaar leveren de nieuwe machines per campagne een besparing op van 87 miljoen liter water! Dat is allemaal water dat in de vervolgstap ook niet boven de 100 graden opgewarmd hoeft te worden in de verdamper. Op elke vijf kubieke meter vloeistof wordt ruim een 1.000 kilo stoom bespaard. Johan: “Dan heb je het inderdaad over grote besparingsgetallen. Getallen die tot de verbeelding spreken.”
Iedere campagne besparen we:
- 87 miljoen liter water
- 3.3 GWh elektriciteit
- 1.5 miljoen Nm3 gas
- 18 kiloton stoom
Royal Avebe op weg naar klimaatneutraal
Avebe streeft ernaar om met diverse duurzaamheidsprogramma’s de impact op het milieu aanzienlijk te verminderen. Doel is om het waterverbruik te verminderen, het energiegebruik efficiënter te maken, de circulaire bedrijfsvoering te vergroten, de inkoop- en productieprocessen te verduurzamen en emissies te verlagen.
Duurzaamheid hoort bij de basis van onze strategie Versterken en Versnellen. We zetten ons in om onze ecologische voetafdruk te verkleinen, in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs. Zowel binnen onze eigen operatie als voor onze klanten. Duurzaamheid loopt als een rode draad door de hele keten: van de teelt bij onze leden tot aan de levering van onze producten aan de klant. We blijven voortdurend werken aan duurzamere oplossingen. Zo ontwikkelt ons dochterbedrijf Averis nieuwe zetmeelaardappelrassen die beter bestand zijn tegen droogte en ziektes, én een hoger rendement per hectare opleveren.
In het afgelopen boekjaar hebben we op onze productielocaties opnieuw mooie stappen gezet op het gebied van duurzaamheid. Zo zijn op onze locatie in Gasselternijveen nieuwe vruchtwaterdecanters in gebruik genomen en is op de locatie in Foxhol de installatie van een e-boiler in uitvoering. Voor het komende boekjaar staan er belangrijke duurzaamheidsprojecten gepland op onze buitenlandse locaties. In Lüchow (Duitsland) worden nieuwe eiwitdecanters geplaatst en in Malmö (Zweden) starten twee omvangrijke energiebesparingsprojecten.
Lees meer over onze aanpak en resultaten in het ESG-hoofdstuk van dit verslag.

5.3 PerfectaMAR® | Succesvolle samenwerking in eiwitinnovatie
Interview met Maarten Wilbrink, specialist Proces Development én eiwitspecialist
Als enige producent ter wereld haalt Avebe hoogwaardige functionele voedingseiwitten uit de aardappel. Eén van die aardappeleiwitproducten blijkt uitermate geschikt om de originele textuur van surimi te behouden. Het nieuwe product heet PerfectaMAR® en is in ons eigen innovatiecentrum ontwikkeld. Deze nieuwe toepassing kwam tot stand met hulp van een Zuid-Koreaanse professor, een surimi-symposium én een samenwerking met een Thaise universiteit.
De introductie van PerfectaMAR® biedt sterke groeimogelijkheden op de Aziatische markt
Surimi-symposium & een onderzoeksgroep
Hoe dat precies zit, vertelt eiwitspecialist Maarten Wilbrink: “Een Zuid-Koreaanse onderzoeksgroep publiceerde resultaten waarin het was gelukt om een aardappeleiwitfractie te maken met positieve effecten op de textuur van surimi. Op hetzelfde moment bezocht een collega het surimi-symposium in Thailand en ontmoette daar onderzoekers van een Thaise universiteit. Die hebben ons geholpen met een vervolgonderzoek.” De universiteit keek naar het effect op de vistextuur, terwijl Avebe de biochemische karakteristieken van het toepasbare aardappeleiwit onderzocht, vertelt Maarten.

Direct een afnemer
Tegelijkertijd kwam een Indiase producent van surimi op bezoek in ons innovatiecentrum. “Surimi is trouwens een verzamelnaam voor gehakte visfilet waar visblokken van worden gemaakt. Van die visblokken maak je bijvoorbeeld krabsticks, die wij hier kennen als surimi,” vertelt Maarten voordat hij verder gaat. “Ze waren zo onder de indruk van de toepassing dat ze het direct zijn gaan afnemen.”
Dertig verschillende beschermende eiwitten
Maarten heeft wel een idee waarom PerfectaMAR® zo goed bevalt: “Ons eiwitproduct is zo zuiver dat we van een isolaat mogen spreken. Hoe zuiverder het eiwit, hoe beter de functionaliteit en hoe beter de textuur van de vis behouden blijft. Bovendien zitten in ons aardappeleiwit tot wel dertig verschillende beschermende eiwitten. Terwijl er slechts vijf beschermers in de eiwitten van een kippenei zitten.” Maarten legt uit dat die beschermers er juist voor zorgen dat de vistextuur behouden blijft als het product wordt verhit.
Groeimogelijkheden in Azië
De introductie van PerfectaMAR® biedt sterke groeimogelijkheden op de Aziatische markt, waar een groot aantal surimiproducenten is gevestigd. Maarten: “Producenten hebben minder aardappeleiwit nodig ten opzichte van dierlijk eiwit om dezelfde functionele resultaten te behalen. Dit maakt PerfectaMAR® niet alleen effectiever, maar ook kostenefficiënter.”
Christina Widyawati van Sales Azië over PerfectaMAR®
“Sinds de introductie tijdens de beurs Food Ingredient Asia in 2024 in Indonesië, groeit het marktaandeel van PerfectaMAR® gestaag. Dankzij voortdurende research en samenwerking hebben we een sterke basis gelegd die de unieke eigenschappen en meerwaarde van het product zichtbaar maakt. Daar bovenop is het een commercieel aantrekkelijk product door de sterke textuurprestaties, de kostenefficiëntie bij lage dosering en de niet-allergene eigenschappen. PerfectaMAR® sluit volledig aan bij de langetermijndoelstellingen van Avebe op het gebied innovatie en duurzaamheid.”
Innovaties in aardappelzetmeel: breed toepasbaar, met impact
Naast de eiwitinnovatie PerfectaMAR® investeert Avebe ook continu in de ontwikkeling van aardappelzetmeel. Deze innovaties dragen bij aan efficiëntere processen, duurzamere oplossingen en plantaardige alternatieven. Ontdek hier twee sprekende voorbeelden voor de zoetwarenindustrie.
Vitaminegummies
Met PerfectaGEL® bieden we producenten van vitaminegummies een veganistisch alternatief voor gelatine. In droge toepassingen werkt het hygiënischer en dankzij de verkorte droogtijd wordt er bespaard op ruimte, tijd en energie.
Zoetwaren
Ook voor producten zoals drop, winegums en andere snoepwaren biedt PerfectaGEL® FS een plantaardig alternatief voor gelatine. Ons innovatieve aardappelzetmeel verkort de droogtijd aanzienlijk ten opzichte van gelatine of pectine, wat leidt tot efficiëntere productieprocessen en lagere energiekosten.

5.4 Cross-functionele samenwerking levert meerwaarde op
Interview met Bas Gerrits, director Product Line Management
“Een stilstaande lijn kost geld. Iedereen binnen Avebe, van directie tot productie, begrijpt dat een lijn gewoon vol moet zijn,” aldus Bas Gerrits. Hij vertelt dat het moment nu gekomen is om ook waarde toe te voegen aan de productielijnen. Hij noemt het asset valorisation. Het is een vervolgstap op de strategische pijler: portfolio valorisation. Bas: “In het kader van die asset-valorisation hebben we een productielijn aangepast.”

Significante bijdrage in groei van de campagneprijs
“Asset valorisation betekent dat we de reststromen van bestaande productiemiddelen en materiaalstromen optimaal benutten. Hierdoor kunnen we sneller wisselen in onze productmix, waardoor de lijn volledig benut wordt en de opbrengsten gemaximaliseerd,“ legt Bas uit. Hij vertelt dat derivaten die eerst door een externe partij werden gemaakt, nu door Avebe zelf geproduceerd worden. We benutten de productielijn beter, borgen de kwaliteit beter, besparen kosten en maken de hoogwaardige producten nu zelf. Alles bij elkaar geeft dit project een significante bijdrage in de groei van de campagneprijs.”
We maken het verschil door samen flexibel te blijven
Cross-functionele samenwerking
Het slagen van dit project is een goed voorbeeld van een intensieve cross-functionele samenwerking tussen onze operators, kwaliteitsmedewerkers, projectmanagers en collega’s van Sales en Productmanagement. Bas: “Collega’s werkten intensief samen om de lijn technisch aan te passen, en proces- en controlefuncties uit te bereiden. Zo’n project vraagt van iedereen betrokkenheid en begrip. Het is cruciaal om mensen te informeren over de noodzaak. We maken het verschil door samen flexibel te blijven. Dat is wat mij betreft het voorbeeld van Play to Win. Dat is een groot compliment naar iedereen.”
Ronny Pals, Site director Avebe: “Er was een enorme tijdsdruk en meerdere puzzels moesten gelegd worden. Dat het uiteindelijk is gelukt, is écht een voorbeeld van Play to Win. Daarmee bedoel ik dat we tijdens een impactvol project met elkaar in verbinding zijn gebleven, over disciplines heen. Play to Win gaat wat mij betreft over verantwoordelijkheid nemen en outside the box-denken om uiteindelijk samen resultaat te halen.”

5.5 Play to Win is geen slogan. Het is wie we zijn

Interview met Joyce de Vries-Pieterman, director Communication & Public Affairs en Renée Gosschalk-Harms, director Acquisition & Development
“Een cultuurverandering gebeurt niet van de ene op de andere dag. Het vraagt tijd, consistentie en toewijding. En dat is prima, want echte verandering laat zich niet haasten,” begint Joyce te vertellen. Ze vertelt dat Avebe voortbouwt op een sterke basis: “We doen al veel dingen goed, en daar mogen we trots op zijn.” Ze vertelt dat in de strategie bewust gekozen is voor de term Versterken: “Het gaat om het versterken van wat werkt. We beginnen niet bij nul. Sterker nog. We hebben al veel in huis. Play to Win helpt ons om dat potentieel nog beter te benutten.” De kracht van Avebe ligt namelijk in datgene wat intern beïnvloed kan worden: cultuur. Joyce: “In een wereld die voortdurend verandert, maken wij het verschil met duidelijke kernwaarden en kerncompetenties. Dat vraagt van ons dat we wendbaarder en ondernemender worden. En ja, daarin mogen we fouten maken - daar leren we van."
In een wereld die voortdurend verandert, maken wij het verschil met duidelijke kernwaarden en kerncompetenties
Cultuurverandering is een gedeelde verantwoordelijkheid
Renée vult haar aan: “Play to Win vertaalt onze cultuur naar concreet gedrag op de werkvloer.” Ze legt uit dat het vraagt om betrokkenheid van iedereen, zowel van nieuwe collega’s als medewerkers die al tientallen jaren bij Avebe werken. “We zien dat collega's op allerlei plekken in de organisatie Play to Win omarmen en er op hun eigen manier invulling aan geven. De flexibiliteit en het ambassadeurschap maken het verschil.” Ambassadeurschap hoeft niet groots of formeel te zijn. Volgens Renée zit het in kleine dingen: een collega die verbinding stimuleert, iemand die eigenaarschap toont of een teamlid dat anderen helpt om net dat stapje extra te zetten. “Je hoeft niet op alle vijf de competenties uit te blinken,” legt Renée uit. “Iemand kan bijvoorbeeld sterk zijn in verbinden en daarin een voorbeeldrol pakken. Dat is minstens zo waardevol.”
Veel gedrag willen we behouden
“We gaan dingen niet compleet anders doen, we gaan het beter doen. Samen. Met een doel en met trots,” zegt Joyce. Daarop vult Renée haar aan: “We maken concreet en toepasbaar wat Play to Win betekent in de dagelijkse praktijk. En tegelijkertijd willen we ook veel behouden. Zoals de trots, loyaliteit, oplossingsgerichtheid en de boerennuchterheid die zo kenmerkend zijn voor Avebe.”
Van programma naar vanzelfsprekendheid
De ambitie is helder. Play to Win moet geen los programma blijven, maar een vanzelfsprekend onderdeel worden van de Avebe-cultuur. Renée: “We noemen het nu nog Play to Win, maar over een paar jaar hoeft dat misschien niet meer. Dan is het zó verweven met wie we zijn, dat het geen aparte naam meer nodig heeft. Want we geloven in groei over de as van mensen.”

Deze kerncompetenties voeren we onder andere door in:
- Diverse Avebe-uitingen, zoals in onze arbeidsmarktcommunicatie en vacatureteksten
- De opzet en inrichting van sollicitatiegesprekken
- Selectie- en ontwikkelassessments
- Onze HR-gesprekscyclus door het jaar heen
- Programma's voor talentontwikkeling, opleiding en training
- Functieprofielen

5.6 Grensoverschrijdende kennisuitwisseling in het KPW-gebied
Interview met adviseur Albert Wolfs en teler en Avebe-lid Clara Borm
Wat kunnen Nederlandse boeren leren van hun Duitse collega’s? “Genoeg. Hier is de kennis óók heel groot,” roept Albert Wolfs bevlogen door de telefoon. Hij zit in de auto en is op de terugweg vanuit KPW-gebied, een deel van Duitsland dat grofweg tussen Hamburg en Hannover ligt. Het is zo’n beetje de heetste dag van het jaar en Albert stond met een Duitse studiegroep een proefkuil te spitten in het veld: “In het KPW-gebied zijn telers sowieso beter gewend om met hitte en droogte om te gaan.”

Iedere studiegroep heeft hetzelfde doel: een beter rendement behalen en kosten reduceren
Hogere temperaturen en minder regen
“Naast hogere temperaturen krijgen boeren in dit gebied ook minder regen, zo’n 150 millimeter per jaar. In tegenstelling tot Nederland hebben ze hier ook te maken met een beregeningsquotum voor tien jaar,” legt Albert uit. “Dat vraagt soms om strategische keuzes: welke gewassen geef je wel water en welke niet? Dat zijn we in Nederland helemaal niet gewend.” In zijn studiegroep zit momenteel een teler die test met druppelirrigatie. “We zijn vorig jaar bij haar gaan kijken hoe het werkt. Ze legt de irrigatieslangen tussen de aardappelruggen en de hele groep kijkt mee. Ze deelt bevindingen en we leren allemaal. Dat is mooi.”
Stenen en een ruimere teelt
Een ander opvallend verschil is het grote aantal stenen. Als Nederlander denk je: “Rooi die stenen toch uit het perceel, maar telers hier weten dat er ook nadelen kleven aan ontstenen. De bodemstructuur wordt dan erg fijn, waardoor de beworteling van het gewas juist verslechtert.” Maar volgens Albert hebben de stenen ook voordelen, want bij heet weer worden de ruggen minder warm.
Vooral overeenkomsten
Albert benadrukt dat er vooral veel overeenkomsten zijn tussen de Duitse en Nederlandse studiegroepen. Alle studiegroepen binnen Avebe verzamelen op dezelfde manier data. Veldbezoeken worden gecombineerd met discussies over actuele teeltvraagstukken. Iedere studiegroep heeft hetzelfde doel: een beter rendement behalen en kosten reduceren. Iedereen is open, leergierig en enthousiast over het delen van kennis. “Zo ontstaat inzicht én verbinding over onze grenzen heen. Ik breng kennis, maar haal ook altijd wat op. Als de telers beter worden, worden we samen beter en Avebe dus ook. Daar geniet ik van!”
Teler Clara Borm leert veel van de studiegroep
"De beoordelingen van de gewassen door Albert hebben me veel geleerd over ziektes en plagen bij aardappelen," vertelt Clara Borm. De 26-jarige boerin woont in Bismark in de regio Altmark (Saksen-Anhalt) en runt samen met haar familie een akkerbouwbedrijf met snijmaïs, granen en sinds ongeveer tien jaar ook aardappelen. Ze waardeert vooral de uitwisseling met collega’s in de Avebe-studiegroep: "Het regelmatig uitgraven van bodem- en wortelprofielen laat op een heel duidelijke manier zien hoe belangrijk goede plantomstandigheden en de kwaliteit en voorbereiding van het pootgoed zijn. Ik kan deelname aan de studiegroep van harte aanbevelen - ook omdat Albert als begeleider altijd de link met de praktijk bewaart."

5.7 Averis Route 2030 | Commerciële koerswijziging en een verscherpte focus
Een interview met Martijn Zwinderman, Moleculair specialist, en Bastiaan Schoenmaker, Site director van Averis
Een nieuwe route betekent zowel een commerciële koerswijziging als een verscherpte focus. Dat vertellen Bastiaan en Martijn in een gesprek over de nieuwe strategie van Averis, het 100 procent dochterbedrijf van Avebe. Tijdens het interview blijkt Bastiaan als Site director de generalist die vertelt over de koers, de kansen en de kracht van het Averis-team. Martijn is op zijn beurt de data-gedreven specialist die direct de inhoud induikt. Waar de één de lijnen uitzet, brengt de ander verdieping. Een mooie combinatie die elkaar goed aanvult.
De kracht van innovatie
“De komende jaren zetten we in op functionele innovaties,” vertelt Martijn. Averis richt zich minder op fundamenteel onderzoek en meer op praktische toepassingen. Martijn: “We zetten technologie in om eigenschappen als zetmeelgehalte, bewaarbaarheid en ziekteresistentie al vroeg in het veredelingsproces in kaart te brengen. Dat doen we onder andere met DNA-technologie en statistische modellen. Zo ontwikkelen we op een efficiëntere manier aardappelrassen met een goede zetmeelopbrengst en verbeterde ziekteresistenties.”

Hoewel we natuurlijk trots zijn op onze sterk-resistente rassen, ben ik vooral trots op het team dat er nu staat
Dit team versterkt de basis
“Hoewel we natuurlijk trots zijn op onze sterk-resistente rassen, ben ik vooral trots op het team dat er nu staat. We werken efficiënt en effectief samen. We zijn wendbaar en gemotiveerd. Iedereen heeft zin om Averis met aankomende veranderingen vooruit te brengen. De kennis en kunde die we de afgelopen 70 jaar hebben opgedaan bij Averis gaan samen met de ambities uit de Averis Route 2030 strategie zorgen voor uitbereidingsmogelijkheden naar nieuwe markten en met nieuwe rassen.” aldus Bastiaan.
Uitbereiding naar andere markten
De Averis Route 2030 strategie is omschreven in stappen, vertelt Bastiaan. De eerste stap is: met het huidige zetmeelportfolio naar het buitenland. Denemarken is de eerste kandidaat en daarna naar andere landen. De tweede stap is de Averis-rassen inzetten voor andere toepassingen zoals vlokken of granulaat. En de derde stap is de ontwikkeling van andere aardappeltypes zoals frietaardappelen, want dat is wereldwijd de grootste en snelst groeiende markt. Averis is dus klaar om stap voor stap haar positie te versterken in bestaande én nieuwe markten.
Jubileum | Averis 70 jaar!
Tijdens de Zetmeelaardappeldagen in Valthermond vierden maar liefst 500 bezoekers het 70-jarig bestaan van Averis. Boerenleden, collega’s en andere geïnteresseerden keken niet alleen terug, maar ook vooruit. Bezoekers namen een kijkje op de proefvelden, in de kassen en de laboratoria. De dag stond bol van innovaties rondom pootgoed en aardappelrassen van de toekomst.


5.8 Life Saving Rules in de praktijk: trainen, toepassen, versterken
Interview met Robert-Jan Bannink, director QESH
Veiligheid is onderdeel van de gezonde voedingsbodem van de strategie Versterken en Versnellen. “In 2023 zijn we met de Life Saving Rules gestart. Dat zijn belangrijke veiligheidsregels die we inzetten om veiligheidsrisico’s te minimaliseren en ongevallen te voorkomen. Dat is een belangrijke stap naar een veilige en gezonde werkomgeving voor iedereen die bij Avebe werkt,” vertelt Robert-Jan Bannink.

Alles op alles zetten om de veiligheid van onze medewerkers en contractors te garanderen
Helder wat door wie moet gebeuren
Eén van die tien Life Saving Rules is: gebruik de werkvergunning en houd je aan de gestelde veiligheidseisen. “Zodat een installatie niet aangezet kan worden terwijl iemand anders er áán of er ín werkt,” legt Robert-Jan uit. “Met de werkvergunning en de oude procedure was niks mis, maar het was formeel niet altijd duidelijk wie, wat, wanneer moest doen. Ook de taakgestelde eisen waren niet altijd uitvoerbaar.” Hij legt daarbij uit dat het vaak aan medewerkers was om te bepalen wat noodzakelijk was. “Dat willen we niet. Het is nu helder wat er moet gebeuren en wie wat doet. Ook als het misgaat,” aldus Robert-Jan.
Voor collega’s door collega’s
Het is niet alleen belangrijk om nieuwe procedures op te schrijven en te presenteren. Mensen leren het ook door gewoon te doen. Robert-Jan vertelt dat een club betrokken collega’s trainingsmateriaal heeft ontwikkeld en een trainingslocatie hebben ingericht in een leegstaand deel van de fabriek. Daar kregen maar liefst vijfhonderd collega’s de training Werkvergunning. De praktijkopdracht: stel het roerwerk in de reactor veilig voor onderhoudswerkzaamheden De geleerde theorie uit de ochtend werd in de middag toegepast. Robert-Jan: “Iedereen heeft een werkvergunning ingevuld en fysiek de reactor veiliggesteld.”
Op naar een sterkere organisatie
Robert-Jan werd ook ingezet als trainer: “Je hoort tijdens het geven van een training dingen die je anders niet zou horen. Met die informatie kun je wat doen. Daar word je als organisatie sterker van.” De volgende stap is het naleven van de procedure en de procedure beleven zoals die bedoeld is: “Alles op alles zetten om de veiligheid van onze medewerkers en contractors te garanderen.
